voorafgaande
controles
- - - - - - - -

C

- - - - - - - - - - - -

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Worden steekproefsgewijze gecontroleerd:


    De bandenspanning (luchtdruk) kun je meten met een luchtpomp aan het ventiel.
    De juiste bandenspanning vind je in het instructieboekje van de auto of
    op een sticker op binnenkant v.d. deur of de brandstofklep.
    Je moet het ventiel kunnen aanwijzen.

 Foto ventiel


    De slijtage van je banden kun je nagaan aan de hand van de profieldiepte van de band.
    De profieldiepte (groeven) moet minimum 1,6 mm zijn.
    Je kunt de profieldiepte controleren a.d.h.v. de slijtage-indicatoren in de hoofdgroeven van de band
    of d.m.v. een speciaal meetinstrument dat in de autovakhandel te verkrijgen is.
    Als de slijtage-indicatoren gelijk komen met het loopvlak van de band is de band aan vervanging toe.
    Je moet de slijtage-indicatoren aanduiden en uitleg geven.
 Foto slijtage-indicatoren


    Je moet de motorkap kunnen ontgrendelen, openen en op de juiste manier omhoog vastzetten.
    Enkele zaken aanduiden, niets losmaken:
  - remvloeistof (vulstop, reservoir & niveau)
  - koelvloeistof (vulstop, reservoir & niveau)
  - product voor de ruitenwissers (vulstop, reservoir & niveau)
  - oliepeilstok aanduiden
  - motorolie bijvullen (vulstop)
    Je moet de motorkap sluiten en controleren dat hij goed gesloten is.
 Foto onder de motorkap


De juiste zithouding, hoofdsteun en veiligheidsgordel
  - zithoogte verstellen indien de zetel in de hoogte regelbaar is.
  - koppeling indrukken, het been moet licht gebogen zijn. (zetel naar voor of naar achter naargelang)
  - met gestrekte armen, polsen boven op het stuur moet de rug in contact zijn met de rugleunig
    en in de stand 10 voor 2 moeten de armen licht gebogen zijn. (rugleuning aanpassen).
    Bij sommige auto's is het stuur in de hoogte en soms in de diepte regelbaar.
  - hoofdsteun (is meestal in hoogte regelbaar): hoofd (oren) in het midden.
  - gordel (is meestal in hoogte regelbaar):
    niet slap over de schouder of te hoog in de hals maar mooi aansluitend, schuin omhoog en niet gedraaid.

 Animatie Zithouding


Afstellen van de achteruitkijkspiegels
  - binnenspiegel: onderkant gelijk met de onderkant van de achterruit, de volledige achterruit kunnen zien.
  - buitenspiegels: zo weinig mogelijk van de achterzijkant van de auto kunnen zien en zoveel mogelijk naast de auto,
    om de dode hoek zoveel mogelijk te verkleinen.
    Ongeveer 2/3 grond en 1/3 lucht om zowel dichtbij als in de verte naast de auto  te kunnen zien.

 Illustratie Spiegels
.


Het bedienen van (en indien nodig gebruiken op de openbare weg):

    standlichten, dimlichten, grootlichten, stoplichten, achtermistlicht, richtingaanwijzers,
    ruitenwissers en geluidstoestel (claxon)
.
    Tip: vergeet niet het contact aan te zetten!

Aanduiden (en indien nodig op de openbare weg het bedienen van):

  - verluchting: de ontwaseming van voor- en zijruiten, juiste stand op de ruiten + ventilator.
  - ontdooiing of ontwaseming van de achterruit, indien aanwezig: knopje achterruitverwarming.